Column7
Contact CV english Schrijven Chazia Mourali Homepagina

Vormgeving: Forsrood   

www.forsrood.com www.webmar.nl

HOME

Foto Chazia: Jan van Galen

Realisatie & onderhoud: Webmar

Presenteren

Chazia’s columns

Vorige pagina

ADIEU

Winter, tijd voor feest. Van Sint Maarten tot carnaval proberen we de kou te verdrijven door samen te komen met dierbaren in de mooist mogelijke sferen. Het einde van het jaar is ook een periode van bespiegeling en afscheid nemen. En gemis snijdt dieper naarmate de schaduwen van de nacht langer en sterker zijn. Afgelopen zomer verloren wij een dierbare vriend. Hij werd 53.

Harry was getuige op ons huwelijk, maar zelf verstokt vrijgezel. De Kerstdagen verdeelde hij over de verschillende huizen waar hij welkom was. Bij ons bleef hij meestal een paar dagen logeren. In de Belgische Voerstreek maakten we dan urenlange wandeltochten door de heuvels naar ouderwetse herbergjes waar erwtensoep en likeurtjes ons oplaadden voor de terugtocht. Hij was een Brabants buitenmens met een relativerend gevoel voor humor. Hij had de grootste moestuin die ik ken en iedere vakantie nam hij zaden en stekken mee om palmen, citrusboompjes en exotische bloemen te kweken bij zijn zelf gebouwde huis. Hij was een voortreffelijke bedrijfsarts, die vanuit zijn rolstoel doorwerkte tot zijn lichaam het begaf. Want ook dokters worden ziek.

Zes jaar geleden vertelde hij over zijn eerste klacht. Tijdens een weekend in Knokke, vlak voor Kerstmis. Ik was hoogzwanger. Met zijn drieen hadden we eindeloos langs de betoverende etalages van de luxe kustplaats gezworven. In het Palace Hotel loungeden we bij de open haard, smullend van garnalenkroketjes. Zijn hand voelde gek. Hij zei dat een nekhernia vast de oorzaak was en wilde een scan laten maken.  

Al snel trokken de spieren van zijn hand zich samen tot een klauw. De diagnose van de neuroloog luidde: ALS, een aandoening die de communicatie tussen hersenen en spieren blokkeert. Zijn vader was er aan overleden. Een doodvonnis. We ontdekten hoe zwaar bewegen voor hem werd, in een besneeuwd bos bij het Duitse Monschau. Ik huppelde de levende ansichtkaart in, onder de metershoge witte dennen, langs het kolkende water van de rivier. Plotseling kreeg hij een woedeaanval. We moesten terug. En wel meteen. We voelden ons schuldig. Maar Harry was geen prater. Zijn beste vrienden namen hem mee op reis. Naar Ierland, Amerika en Italie. Doen, niet praten. Zo gaat dat bij mannen. Ik incasseerde zijn dodelijke blik nog eens tijdens Oud en Nieuw, jaren later. We keken met een groep vrienden naar het vuurwerk. De stok waar hij inmiddels mee liep, gleed uit zijn hand. Hij ging door zijn knieën om te bukken, maar kon niet bij de grond. Toen IK het ding opraapte, was er weer dat verwijt in die ogen. Ik wist dat ik er niet op mocht reageren.

Er was iemand die nooit over hem tobde. Mijn kleine Jasmijn. Op de ochtend na dat feest, vonden we haar gezellig tegen hem aangekropen in bed. Een klein giechelend wezentje, voor wie oom Harry gewoon oom Harry bleef. Al liep hij krom, werd bij broodmager en sprak hij slecht. Tot het allerlaatst maakten ze schik.(En ze bleven schik maken.) Hij lag in het ziekenhuis, met een spraakcomputer op bed. Jasmijn zong een schoolliedje voor hem. Engelenklanken in de efficiente steriliteit van het hospitaal. Met veel moeite en eindeloos traag bracht hij zijn vinger naar de letters van het toetsenbord. Een M. Een O. Nog een O. Een I. Een blikken stem verbrak de stilte: ‘Meui.’ Jasmijn schaterde het uit. Harry grinnikte mee. ‘Nog een keer, nog een keer!‘ Opnieuw bewoog zijn bovenlijf naar het apparaat. Minutenlang speelden ze hun spel.

Vaak praten mensen over levensbedreigende ziekten of het topsport is. ‘X heeft kanker overwonnen, zo’n prestatie’ Geweldig voor degenen die doorleven. Maar de taal is wreed voor wie sterft. Alsof ze niet genoeg hun best deden. Ik zag iemand (zien) vechten en lachen tot het einde. Dat was geen nederlaag, maar een gril van het lot.

Na de dood van Harry reden we met zjn drieën door het stralende landschap van Sardienie. Mijn man en ik spraken over Harry.  ‘Hou op! Jullie verpesten de vakantie met jullie verdrietige gepraat!’ riep Jasmijn boos. Het duurde even voordat ik het begreep. Dit meisje hield oprecht, vrolijk en intens van Harry. Haar zelfgemaakte mobiel van (met) goud geverfde takken en dennenappels ging met hem mee in het graf. Maar zij kan twee dingen tegelijk. Hem in haar hart bewaren en met open armen op weg gaan naar alle nieuwe ontmoetingen en avonturen die op haar wachten. Verandering is het wezenskenmerk van het bestaan.  ‘Don’t cry because it’s over, smile because it has happened!’ leerde ze op school.

Ik brand een kaarsje voor mijn verliezen. En verheug me op een nieuw jaar met mijn gezin. Champagne op de toekomst!

Een fantastisch 2013 voor u allemaal!

Chazia