Chazia Mourali, kort verhaal
Contact CV english Schrijven Chazia Mourali Homepagina

Vormgeving: Forsrood   

www.forsrood.com www.webmar.nl

HOME

Foto Chazia: Jan van Galen

Realisatie & onderhoud: Webmar

Presenteren

RAVIVA

Liefste Raviva,

Vóór het vonnis wordt voltrokken, wil je weten waarom dit je lot moet zijn. Mijn schat. Hoe oud ben je inmiddels? Achtentwintig? Dertig? En nog steeds denk je dat de gebeurtenissen die op ons pad komen het logische gevolg zijn van aanwijsbare oorzaken. Natuurlijk vraag jij je af hoe je had moeten handelen om deze straf te voorkomen. Nu het geloof in God met de dag afneemt, menen de mensen dat ze met hun verstand de toekomst naar hun hand kunnen zetten. Nee, Raviva. Al denk jij dat je hebt geleden, in vergelijking met de meesten van ons heb je nauwelijks ontberingen doorstaan. Daarom kun je de gedachte niet verdragen dat een mens soms moet buigen zonder reden of doel. Buigen. Toen de geschiedenis onze kant koos, hoopte ik ervan te zijn verlost. Maar in de waanzin waarin we zijn beland, is dat niet meer zeker. Niets is nog zeker. Ik heb mijzelf een etmaal in afzondering gegund om te proberen mijn kant van de zaak te verwoorden. Ik doe dat voor jou. Om te proberen de krankzinnige aaneenschakeling van voorvallen die jou tot in het cachot hebben gebracht te ordenen. Maar vooral om je aan te raken. Alleen, in dit muffe vertrek, verbeeld ik me dat ik je aanwezigheid voel. Wat zul je denken als je dit leest? Zul je ontdekken dat de ruwe hoefsmid, die alleen zijn spieren bezit, en niets weet van jouw dichters en je filosofen, een man is? Burger Cédric een mens... Met gevoelens en gedachten gelijk aan die van jou... Jij gaf me het wapen van de pen. Niemand had het scherper kunnen slijpen. Het moment om het ter hand te nemen is gekomen. In je laatste uren zal deze brief je tot metgezel dienen. Ik wilde dat ik meer kon bieden, maar dit is wat er is.

Wat ik me herinner van de nacht waarin je voor me ging bestaan: de sneeuwstorm, de kou. Het gekraak van de wielen onder het rijtuig. Ik was de jonge stalknecht, die voor het eerst zijn meesters paarden mende. Zijn kracht mat met die van de dieren. Wanhoopte. Vloekte. Sloeg. Links en rechts van de weg stonden hoge naaldbomen, hun schaduwen werpend in het schijnsel van de lantaarn. Vóór ons gleed een zwarte rivier door de heuvels: de weg naar de grensovergang. Jouw angst was te groot voor je lichaam, te oud voor je jaren, te fel voor je hart. Toen hij zich niet kon nestelen in je vlees, zocht hij een weg naar buiten. De nacht in, de leegte, de eeuwigheid. We waren op weg naar Bohemen. `Wat zijn Bohemen?' vroeg je. Een eindpunt dat geen bestemming was.

Op de tiende ochtend, of de twaalfde, wat wisten we van dag of nacht, tilde ik je afgematte lichaam uit de karos. Een oude vrouw in habijt kwam door de poort aangewandeld. Haar ogen waren er alleen voor jou. `Raviva?' vroeg ze en nam je romp, armen, benen en hoofdje in haar armen. Ze droeg je naar de binnenplaats. Ook ik was moe, uitgehongerd, en kon nauwelijks meer staan, maar toen ik om een maaltijd vroeg, joeg ze me naar de herberg, aan de andere kant van het dorp. Ik heb je nagekeken. Zeven nonnen met schoffels in de hand stonden op de binnenplaats. Ze staakten hun geprevel en sloegen tegelijk een kruis. Een van hen nam jou over. Niet de mooiste van het stel. Zuster Paola. Paola de Wilde. Burgeres Paola, die haar schade inmiddels heeft ingehaald. Ze keek naar me om toen ze je meenam naar de gang, met een blik die smeekte om smeerlapperij. Die non, met haar scheve mond en pokdalige huid, hunkerde naar de stank van zweet, het verhitte gevecht van vlees met vlees, en druipnatte vergetelheid. Haar knokige hand liefkoosde jouw voetje, terwijl ze naar me staarde. Ik heb nog nooit zo hard gerend voor een bord cassoulet. Tijdens haar Grote Inhaalslag heeft ze me verteld hoe ze je door die holle gangen droeg, je op de grond wilde smijten, mij volgen, haar vrijheid tegemoet. Het was haar tijd nog niet. Dus bracht ze je naar het hart van het convent, de grote zaal, waar de kreupelen, de teringlijders en de gekken lagen. Daar kon ze je niet achterlaten en ze nam je mee naar haar eigen cel. Zo werd jij, Raviva, het voorwerp van haar onvervulde verlangens. Merkte je hoe gretig ze de geuren van de buitenwereld in jouw haar opsnoof? De volgende dag zou het mes van moeder-overste de herinneringen uit je lokken snijden. Rozentuinen, een hemelbed, elke avond stoofpot, spelen met de hond, de liefde van je vader. Zuster Paola kon zich geen voorstelling maken van dat verleden, toch hunkerde ze naar jouw voorbije dagen, streelde ze je voorhoofd, vergat ze het avondeten, de vespers en de slaap. De nacht vóór je bruiloft met God sliep je in de armen van een weeskind met een hart in verwarring.

Toen je vader thuiskwam van zijn reis naar Pruisen en ontdekte dat jij er niet meer was, ondervroeg hij je moeder als een grootinquisiteur. Zij antwoordde als een sfinx. Meestal zijn het de vaders die hun dochters naar het klooster sturen, om het geld dat zij anders moeten uitgeven aan jurken, schoenen, muzieklessen en Italiaanse lessen te sparen voor hun zonen. Maar jouw vader was een zachte. Hij hield meer van jou dan van wie ook maar. Daarom moest je weg. Op de dag dat de schoonheid je moeder verliet en de gedaante van haar dochter aannam, de dag waarop ze zag hoe haar man zijn liefde voor haar naar jou overhevelde, met het gemak waar mee men een bokaal van de ene tafel op de andere zet, spoot de duivel gif in haar ziel, en werd haar dierbare evenbeeld haar piepjonge rivaal. `Naar Bohemen', fluisterde ze me toe tijdens een van onze urenlange tochten door het bos. Een paar maal per week hielden zij en ik stil bij het prieel aan het meer, waar ze mij soepeler bereed dan haar zwarte hengst. Arme graaf. Zijn liefde, trots en macht waren hem ontnomen. Hij wist dat je moeder eerder haar tong zou laten uitrukken dan jouw verblijfplaats prijsgeven. Dus wendde hij tegenover bekenden voor dat hij je zelf had weggestuurd. Zo verenigde hij een gebroken hart met de waardering van de wereld, adeldom verplicht, en viel hij, aan het eind van die zwarte dag, toch opgelucht in slaap. Je moeders triomf maakte haar onvoorzichtig. Ze riep me bij zich en ik was haar voor het eerst in haar eigen vertrekken van dienst. Ik verbeeldde me dat ik heer en meester was van het kasteel. In die dagen bezat ik inderdaad niet veel meer dan een lichaam. Verstand ontwikkelt men in tegenspoed.

Toen je voor het eerst in het klooster ontwaakte en je Paola zonder kapje zag, noemde je haar heks met egelhaar en beval je haar eten voor je te halen. Zij gaf waar je maar om vroeg. De wereld behoorde je toe, vanwege je geboorte en je schoonheid. Wat moet ze hebben geleden als je wegdook om aan haar strelingen te ontkomen en grimassen trok wanneer ze je wilde kussen. Arme Paola, in die dagen haatte ze je al. Niet ondanks de liefde die ze voor je koesterde, maar vanwege die onontkoombare liefde. Zij heeft haar hele leven gebogen, Raviva, daarom ben jij nu aan de beurt. Zo gaan de dingen, als de tijd het toestaat. En de tijd haalt tegenwoordig rare streken uit.

Terwijl jij opgroeide bij de zusters, verslechterde de sfeer in het kasteel. Je moeders hoogmoed nam de vorm aan van verveling. Niets kon haar meer behagen. Ze werd nerveus, grillig, dik. We gingen nauwelijks meer uit rijden, ze vernederde me in het bijzijn van anderen. Je vader verdween steeds vaker naar de stad. Soms weken achtereen. En hoewel zij allang niet meer om hem gaf, leed ze onder zijn afwezigheid. Ze ontbood muzikanten, richtte de vertrekken telkens opnieuw in, maar plezier schonk het haar niet. Overdag foeterde ze op me, 's nachts, als ze de eenzaamheid en de angst niet meer verdroeg, rende ze huilend naar de stal. Ik geloof dat ze gek werd, Raviva, dat het gif haar hersens had bereikt. Op een dag kwam je vader naar me toe. Hij moet hebben begrepen dat niet alleen zijn paarden voor me telden, en hij nodigde me uit voor een tochtje naar de stad. Ik kreeg geld om me drie dagen te vermaken en een zolderkamer in een achterbuurt. Hij wist dat de stad me zou verzwelgen, dat ik verliefd zou worden in elke steeg en niet terug zou willen naar het kasteel. Dat was zijn wraak. Hij was zijn dochter kwijt, je moeder moest mij verliezen. Ik vond werk bij een hoefsmid, die me een hok verhuurde met een houten bed. Ik miste de luxe van het landgoed, maar hervond mijn waardigheid. Ik leerde mensen kennen die me aan hun vrienden voorstelden. Zij kenden op hun beurt lieden die plannen beraamden om de macht over te nemen in het land. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Lang hoefde ik niet te zoeken naar een reden om me aan te sluiten bij die leus.

Ik heb nogal wat vrouwen gekend, Raviva, een paar goede en veel slechte, maar geen van hen kroop dieper in mijn ziel dan jij. Andere meisjes in dat klooster beklaagden zich jaar na jaar over hun lot, jij was te ongeduldig voor verdriet. Paola vertelde me dat niemand je het idee een schrijfschooltje te beginnen voor de kinderen van het dorp uit het hoofd kon praten. Je dreigde met een hongerstaking als jij je zin niet kreeg. Moeder Margereta wist dat jij je belofte zou houden en stond je dit experiment toe uit vrees voor haar reputatie. Nauwelijks veertien jaar oud was je jonger dan sommigen van je leerlingen, invloedrijker dan de oudste non. Arme Paola, haar ontzag voor jouw onderneming overweldigde haar. Ze hielp je waar ze kon. Maar de kinderen kropen op jouw schoot en jou vertrouwden ze hun geheimen toe. Dronken revolutionairen zouden niet voor haar lichaamsgeur terugdeinzen, in de roes van de overwinning en het duister van de nacht vergaten zij de putten in haar huid. Bij daglicht ontweken jouw onschuldige kinderen haar toenadering wreed.

Tijdens een van onze geheime bijeenkomsten vertelde een koetsier over een klooster in Bohemen, waar hij de twee dochters van een baron een maand tevoren had achtergelaten. De kinderen uit de streek kregen er onderricht, vertelde hij, sloebertjes uit het dorp leerden schrijven en rekenen, samen met het kroost van hoge edelen. Een zeventienjarige non met een gezicht als een nimf en de blik van een waakhond had er de leiding genomen. `Een zekere Raviva', zei hij. `Ze schijnt uit deze contreien afkomstig te zijn. Een betere kracht om onze gelederen te versterken kunnen we ons niet wensen.' Mijn hart klopte toen je naam viel. Wat is ons leven? Een boek dat we schrijven of een boek dat we lezen? Dit moest meer betekenen dan een gelukkig toeval. Het uitgeputte wezentje dat ik had weggevoerd, in opdracht van een moeder die ook mij zou verstoten, was een vrouw geworden die streed voor dezelfde zaak als ik. De lijnen van mijn leven werden met elkaar verbonden, de geschiedenis gaf een teken, de overwinning was nabij! Jou bereiken werd mijn allerhoogste doel. In die tijd grepen we alles aan wat hoop gaf. Binnen drie dagen hadden mijn connecties paarden en een karos voor me geregeld. Ziek van opwinding vertrok ik naar de plek die eens verdoemd was, en die nu de poort leek naar een glorieuze toekomst.

Zuster Paola herkende mij onmiddellijk. Zij was als baby te vondeling gelegd. Zo lang ze zich kon herinneren, wilde ze weg uit het convent. Ik vertegenwoordigde de onbekende eenheid, die de buitenwereld was. Ik moest haar voor me winnen. Als zij verklikte dat ik jou daar gebracht had zou je nooit met me meegaan. Eens was ik weggerend voor haar hongerige ogen. Als ik die honger stilde, kon ik op haar rekenen, dat was duidelijk. Ik heb haar onzorgvuldig behandeld, dat is het minste wat ik erover kan zeggen. Paola, met haar egelhoofd, wat heb ik haar onderschat. Ze kroop voor me en boog, en lachte al haar stompjestanden bloot. Ik zag in haar een trouwe hond, zij zocht een bondgenoot. Zij overtuigde jou ervan dat ik je kwam halen, omdat de koning zelf je didactische theorieën wilde aanhoren. Mijn mensen hadden perkament bemachtigd waarop de uitnodiging geschreven stond. Toen ze jou had overreed mij naar het hof te volgen en jij van de zusters afscheid nam, stapte ze in het rijtuig. `Ik ga mee,' zei ze, `anders weet Raviva wie jij bent.' Haar hele leven had dit meisje verlangd naar vrijheid. Vrouwenkleren, mannenvlees. Dit was haar kans, niemand zou haar die ontnemen. De reis terug. Elke berg, elk bos, elk dorpje verrukte je. Niets op dit traject herinnerde jou aan onze heenreis door de sneeuw.

Je verbijsterde me toen je onze list ontdekte, en niet maalde om je persoonlijke vrijheid, maar wilde weten van de honger in het land en van onze plannen om de macht en rijkdom te verdelen. Je kende methoden om de meest ongeletterden onder ons het alfabet te leren. Ik zat in je klasje, Paola week niet van mijn zijde. Je zette je in, zonder een beloning te verwachten. Als je geen lesgaf, maakte je lange wandelingen, en je las ieder boek dat je van ons kreeg. De wereld had zich zo lang aan je zicht onttrokken, nu dronk je hem met grote teugen, letter voor letter, woord voor woord. Slechts één ding vroeg je: een bezoek te mogen afleggen aan het kasteel. Je zag bleek toen je terugkwam. Ik kon niets laten merken, maar toen je vertelde over je vaders verbittering en het overlijden van je moeder, was het of ook mij iets afgenomen werd. Paola's invloed binnen de groepering groeide met de dag. Ze verleende diensten waar ze kon, deed zich onhandiger voor dan ze was, en gaf de strijders voor gelijkheid een gevoel van superioriteit, waar ze zich verbazingwekkend wel bij voelden. Ze raakten aan haar bewondering verslingerd, uiteindelijk werd ze voor de meesten van ons onmisbaar als het brood. Toen we de macht overnamen en er zeer tegen jouw zin meer bloed vloeide dan noodzakelijk was, woonde zij zo veel mogelijk terechtstellingen bij. Misselijk werd ik van de opwinding in haar ogen als ze vertelde hoe de valbijl terecht was gekomen. Paola wist niets van de wereld. Ze kon gemakkelijker aan al dat geweld wennen dan wie ook, omdat ze niet kon weten dat dit niet is hoe het altijd toegaat. Alles was voor haar avontuur. Ze werd onberekenbaar, elke dag een beetje meer, een ondoorgrondelijke mengeling van onnozelheid en kwaad. Naarmate ik haar minder vertrouwde, kwam ik meer in haar macht.

Anderhalve maand geleden leek een zeker evenwicht te zijn ontstaan. Mannen, posities, wetten, de belangrijkste elementen hadden hun plaats gekregen in de Nieuwe Orde. Maar dat jou de hoogste bevoegdheid op het gebied van onderwijs werd toebedeeld, beviel een zekere burger July slecht. Hij zag zichzelf als grondlegger van de Nieuwe Didactiek en was tot alles bereid om in die hoedanigheid de geschiedenis in te kunnen gaan. Hij wist dat hij jou niet kon raken zonder Paola's hulp. Een paar nachten in haar bed, en ongetwijfeld wat gefluister over een eeuwigdurende verbintenis, waren voldoende om haar in te zetten voor zijn kille plan. Zo werd zuster Paola degene die het comité tegen jou ophitste. Daarom sprong ze die avond, anderhalve maand geleden, op tafel en krijste ze dat je op je knieën moest. Ze wist dat je van je vader hield, dat je hem had zien wegkwijnen. Ze wist dat je zou weigeren te verklaren dat jouw familie uit staatsgevaarlijke reactionairen bestaat. Dat je niet zou spugen op je naam in een zaal vol burgers. Wat dacht je toen ze hen opzweepte? Toen ze vertelde hoe je haar in het klooster voor heks had uitgemaakt? Hoe je gebruikmaakte van haar diensten met een aristocratische vanzelfsprekendheid? Je gezicht was onbewogen. Ik keek je aan, maar mijn tong was verlamd. Dat volwassen mannen die jou een dag tevoren nog het ontwerp van het onderwijsstelsel toe hadden vertrouwd je lieten vallen vanwege de onafgebroken woordenstroom van één opgewonden vrouw, was meer dan ik kon bevatten. Jij moest wel buigen. Buigen vanwege een afkomst die tien jaar daarvoor nog niets dan voorspoed had beloofd, buigen ondanks je inspanningen voor de kinderen en de zaak, buigen vanwege één woord dat je als een kind in je halfslaap uitsprak. De wereld vergeeft de kleinste fout niet, Raviva, als de tijd maar tegenzit. Aan welke kant zal de tijd vandaag staan?

Mijn kaars brandt zwakker, de dag breekt aan, ik kan weer helder zien. Ik heb gezwegen toen je werd weggevoerd, zwijgend heb ik zitten schrijven. Nu ik alles opnieuw heb beleefd, geeft mijn woede me nieuwe kracht. Er ligt maar één kans, Raviva. Ik moet opnieuw proberen Paola voor me te winnen. Zij kan een gratieverzoek indienen bij het comité. Zij kan ervoor zorgen dat je veilig naar Bohemen terugkeert. Geen bestemming, dat klooster? Als dat het eindpunt van een vrije aftocht kan zijn, ben je in elk geval gered. Ik maak me geen illusies. Als het me lukt, is het niet omdat Paola's liefde voor mij zo sterk is, maar omdat ze verlost wil worden van een vloek. Ze weet inmiddels dat haar leven uit meer dan afwijzingen bestaat. Zij heeft in een paar maanden meer gezien van het leven dan anderen in jaren. Over jouw lot te kunnen beschikken heeft haar misschien genezen van haar haat. Ik zal haar laten weten dat jou vrijlaten de beste manier is om te tonen dat de rollen nu zijn omgekeerd. Als een gravin kan ze jou nu naar het klooster sturen. July is allang blij als hij de macht krijgt. En jij, je kunt je om je schooltje bekommeren, en in de avonduren je didactische methode op schrift stellen. Ik zal doen wat ik kan, Raviva, dat ben ik je verschuldigd.

Als je dit leest op weg naar het klooster, vraag ik om vergiffenis. Als je dit leest nadat mijn pogingen zijn mislukt, weet dan, Raviva, dat ik naar Bohemen zal reizen. Ik neem je boeken mee, lees elke lettergreep die jou vormde, en probeer te handelen in jouw geest. Ik neem wat geld mee voor je schooltje. Zij hebben mijn idealisme gebroken, maar misschien heb ik er ook toen niet echt in geloofd. Misschien heb ik je uitsluitend uit het klooster gehaald om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, misschien was het wel uit schuldgevoel. Maar nu weet ik dat ik nooit een beter wezen dan jou zal ontmoeten. Raviva, wat ook de afloop zal zijn, ik zal niet toestaan dat je inspanningen helemaal zinloos waren.

Chazia Mourali

Dit verhaal verscheen in de bundel: BELOFTE AAN DE WERELD. Een bloemlezing van Abdelkader Benali verschenen bij Uitgeverij De Geus in 1999.
Alle verhalen werden geinspireerd door het motto van dichteres Wislawa Szymborska:
De wereld is nooit klaar voor een kind

Chazia’s  kort verhaal

Vorige pagina